HET VLIJPARK INFORMATIE



 

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

 

 

Naam en domicilie

 

Artikel 1

De vereniging draagt de naam: Amateur Tuindersvereniging Dordrecht. Zij is gevestigd in de gemeente Dordrecht.

Artikel 2

In gevallen waarin de Statuten of het Huishoudelijk Reglement niet voorziet, berust de beslissing, behoudens de verantwoording aan de Algemene Ledenvergadering, bij het bestuur.

Artikel 3

Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. De tuinhuur (pacht) wordt aangegaan voor de tijd van een verenigingsjaar en is bij vooruitbetaling verschuldigd.

Artikel 4

Lid van de vereniging kan zijn een ieder die voldoet aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 4 en 5 van de Statuten.

Artikel 5

Het lidmaatschap van de vereniging is gebonden aan het in huur hebben van een tuin van de vereniging.

Artikel 6

De koop en verkoop van de opstallen wordt uitsluitend door het bestuur uitgevoerd, volgens een vastgestelde procedure.

Artikel 7

De leden zijn verplicht:

a.    De op hun tuin staande opstallen tegen brandschade te verzekeren. De vereniging heeft hiervoor een passende collectieve verzekering afgesloten.

b.    Bij verhuizing hun correspondentieadres aan het secretariaat door te geven.

Artikel 8

Het is de leden verboden om snoeihout en ander afval op hun tuin of elders op het complex te verbranden.

 

 

 

Hoofdstuk 2

Toelating van leden

 

 

Artikel 9

a.    De aanmelding als lid geschiedt door het invullen van een aanmeldingsformulier, waarbij alle voor de vereniging benodigde informatie moet worden verstrekt.

b.    De kandidaat wordt door het bestuur aan een ballotage onderworpen, waarvan kennis wordt gegeven aan de leden, hetzij door publicatie, hetzij door middel van de nieuwsbrief.

c.    Worden er binnen veertien dagen na de dag van de publicatie geen bezwaren ingebracht, dan wordt de kandidaat direct als lid toegelaten en zonodig op een wachtlijst geplaatst op volgorde van aanmelding.

d.    Worden er tegen de kandidaat bezwaren ingebracht, dan stelt het bestuur een onderzoek in en beslist binnen een maand over het al dan niet toelaten van de kandidaat als lid of als kandidaat-lid. De belanghebbende wordt van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld.

e.    Het kandidaat-lid heeft het recht om aan het verenigingsleven in de ruimste zin van het woord deel te nemen, hij/zij bezit evenwel geen stemrecht op de vergaderingen.

f.     De aanmelding als donateur geschiedt door het invullen van een aanmeldingsformulier. De rechten van de donateurs zijn gelijkgesteld aan die van de kandidaat-leden.

g.    Ieder lid dient zich te houden aan de bepalingen van de Statuten en het Huishoudelijk Reglement en alle andere overige besluiten en bepalingen, welke op wettige wijze tot stand zijn gekomen. De Statuten en het Huishoudelijk Reglement worden kosteloos aan de leden verstrekt.

h.    Men is eerst stemgerechtigd nadat het bestuur gunstig over de toelating als lid heeft beschikt.

i.      De huurovereenkomst wordt aangegaan bij onderhandse akte, in tweevoud opgemaakt en door beide partijen, te weten bestuur en huurder ondertekend. De huurder ontvangt een der contracten.

j.     Ereleden en leden van verdienste worden bij gewone meerderheid van stemmen door de Algemene Ledenvergadering benoemd.

k.    Natuurlijke personen, geen lid van de vereniging of rechtsperso(o)n(en), die op voor de vereniging zeer belangstellende en waarderende wijze blijk hebben gegeven van hun instemming met haar doel en streven, kunnen worden voorgedragen voor het erelidmaatschap van de vereniging.

l.      Ereleden en leden van verdienste die geen tuin als bedoeld in artikel 5 van de Statuten in huur hebben, hebben wel toegang tot de vergaderingen, maar geen stemrecht. Zij hebben een adviserende stem.

 

 

 

Hoofdstuk 3

Contributies en bijdragen

 

 

Artikel 10

De financiële verplichting verbonden aan het lidmaatschap van de vereniging bestaat uit de volgende elementen.

a.    Contributie.
De leden betalen een contributie die jaarlijks wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering.

b.    Pacht (tuinhuur).
De leden betalen een pacht (tuinhuur) die jaarlijks wordt vastgesteld op basis van indexering door de gemeente Dordrecht.

c.    Algemene bijdrage.
Jaarlijks zal op basis van nacalculatie de algemene bijdrage worden vastgesteld. Deze is opgebouwd uit de volgende elementen.

a)     verbruikte hoeveelheid water

b)     verbruikte hoeveelheid elektra

c)      verbruikte hoeveelheid gas

d)     kosten van consumpties werkploegen en dergelijke.

e)     betaalde aanslagen onroerendgoedbelasting, reinigingsrechten, rioolbelasting, verzekering verenigingsgebouw, waterschapslasten en dergelijke.

Het bepalen van de hoogte van de algemene bijdrage zal elk najaar plaatsvinden in samenspraak met het bestuur en de kascontrolecommissie.

Artikel 11

a.    De leden zijn verplicht hun financiële verplichtingen te voldoen op de door het bestuur aan te geven datum, plaats en wijze. Door het bestuur zal tijdig door middel van een convocatie of mededeling kennis worden gegeven hoe de betalingen kunnen geschieden.

b.    In bijzondere gevallen kan het bestuur met een lid een afwijkende regeling treffen.

c.    Alle kosten die het gevolg zijn van nalatigheid in de betalingen kunnen op het betrokken lid worden verhaald.

d.    Het bestuur is gerechtigd om administratiekosten en renteverlies te vorderen van hen die aan een oproeping tot betaling geen gehoor geven. De hoogte van deze kosten en het door te berekenen rentepercentage zal door de Algemene Ledenvergadering worden vastgesteld.

e.    Bij verdere nalatigheid kan door het bestuur artikel 7 lid 4 van de Statuten worden toegepast op het betreffende lid.

Artikel 12

a.    Bij opzegging van het lidmaatschap bestaat geen restitutie van de reeds verschuldigde contributie, terwijl alle nog verschuldigde betalingen dienen te worden voldaan. Zolang de opstallen niet zijn verkocht of verwijderd, loopt deze verplichting door in het nieuwe verenigingsjaar.

b.    Bij de definitieve afrekening na de verkoop van eventuele aanwezige opstallen zal een terugbetaling plaatsvinden van pacht en de algemene bijdrage over de nog niet verstreken volledige kwartalen van het betreffende verenigingsjaar.

 

 

 

Hoofdstuk 4

Bestuurlijke organisatie

 

 

Bestuur

 

Artikel 13

a.    Bij periodieke aftreding van het bestuur dient er rekening mee te worden gehouden, dat van de eerste functionarissen nimmer secretaris en penningmeester tegelijk kunnen aftreden. Van de tweede functionarissen alleen zij, waarvan de eerste functionarissen zitting blijven houden. Van de commissarissen treedt om toerbeurt de grootste minderheid en de kleinste meerderheid af. In tussentijds ontstane vacatures wordt in de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering voorzien. Bloed- en aanverwantschap tussen twee bestuursleden tot en met de tweede graad ingesloten is niet geoorloofd.

b.    Kandidaatstelling voor een bestuursfunctie door de leden dient schriftelijk aan de secretaris ter kennis worden gebracht voor aanvang van de Algemene Ledenvergadering, waarin de verkiezing zal plaatsvinden. De kandidaatstelling moet door minimaal vijf stemgerechtigde leden zijn ondertekend.

c.    Om tot bestuurslid verkiesbaar te zijn moet de kandidaat zich bereid hebben verklaard een bestuursfunctie te aanvaarden.

Artikel 14

Het bestuurslid houdt op lid van het bestuur te zijn ten gevolge van het bepaalde in artikel 10 lid 3 sub a en b en artikel 10 lid 9 sub a en b van de Statuten.

Artikel 15

Het bestuur heeft de uitvoerende macht en het beheer van de gelden en houdt toezicht op de naleving van de Statuten en het Huishoudelijk Reglement. Het bestuur kan alleen rechtsgeldige besluiten nemen als meer dan de helft der bestuursleden ter vergadering aanwezig is. Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer twee leden van het bestuur zulks wensen. Laatst bedoelde vergadering moet binnen een week na de daartoe geuite wens worden belegd.

 

 

 

Het dagelijks bestuur

 

Artikel 16

Het dagelijks bestuur, bestaande uit voorzitter, secretaris en penningmeester, is belast met de dagelijkse werkzaamheden en is verantwoording verschuldigd aan het bestuur.

 

 

Voorzitter

 

Artikel 17

De eerste voorzitter leidt de Algemene Ledenvergadering en de bestuursvergaderingen. In samenspraak met de secretaris stelt hij de agenda van de te houden vergadering vast bij referendum. Hij zorgt voor stipte nakoming van de Statuten en het Huishoudelijk Reglement met de daarin aan hem opgedragen werkzaamheden. De tweede voorzitter treedt bij ontstentenis van de eerste voorzitter in diens rechten en verplichtingen.

 

Secretaris

 

Artikel 18

De secretaris is verantwoordelijk voor:

a.    Het bijhouden van de notulen van de vergaderingen

b.    Het voeren van de correspondentie

c.    Het bekendmaken van de bestuursmededelingen

d.    Het in goede staat houden van het archief

e.    De verzorging van het algemene ledenregister

f.     Het jaarlijks op de Algemene Ledenvergadering schriftelijk verslag uitbrengen van het afgelopen verenigingsjaar.

g.    De verder door het bestuur, in overleg met de secretaris, aan hem opgedragen werkzaamheden.

Onverminderd zijn verantwoordelijkheid kan hij taken laten uitvoeren door de tweede secretaris en de overige bestuursleden en aan nader door het bestuur, in overleg met de secretaris, aan te wijzen personen. De tweede secretaris treedt bij ontstentenis van de eerste secretaris in diens rechten en plichten.

 

Penningmeester

 

Artikel 19

De penningmeester beheert de gelden der vereniging. Hij is verantwoordelijk voor het innen en administreren van de contributies, de pacht, de algemene bijdrage en ander te ontvangen gelden waarin hij zonodig wordt bijgestaan door de tweede penningmeester.

Hij houdt boek van alle inkomsten en uitgaven. De penningmeester zal over elk kwartaal van het boekjaar een financieel overzicht geven aan het bestuur.

Hij brengt jaarlijks namens het bestuur schriftelijk verslag uit op de Algemene Ledenvergadering over de financiële positie van de vereniging, in het bijzonder over het afgelopen verenigingsjaar.

Hij beheert en administreert de door de vereniging ingestelde reservefondsen of andere fondsen voor een bepaald doel. Tevens dient hij een door het bestuur vooraf goedgekeurde begroting voor het komende verenigingsjaar in op de Algemene Ledenvergadering.

Tot taak van de penningmeester behoort tevens het opstellen van een lijst van alle bezittingen van de vereniging.

Hij is verplicht om de aan hem afgedragen gelden of aan zijn zorg toevertrouwde gelden van de vereniging op verantwoorde wijze te bewaren.

De penningmeester behoeft machtiging van het dagelijks bestuur om bedragen groter dan € 450,- te betalen uit liquide middelen of ingestelde fondsen of belegde gelden.

De tweede penningmeester treedt bij ontstentenis van de eerste penningmeester in diens rechten en plichten.

 

Commissarissen

 

Artikel 20

Bestuursleden zonder portefeuille, als gesteld in artikel 10 lid 2 van de Statuten worden benoemd als commissaris. Zij treden bij ontstentenis van de overige bestuursleden in hun rechten en verplichtingen en dienen als zodanig ter assistentie.

 

 

 

Hoofdstuk 5

Commissies

 

 

Commissies

 

Artikel 21

De vereniging kent de navolgende commissies.

a.    Vaste commissies:

kascontrolecommissie

tuincommissie

bouwcommissie

inkoopcommissie

kantinecommissie

b.    Bijzondere commissies:

activiteitencommissie

c.    Tijdelijke commissies:

jubileumcommissie

ad hoc commissie

 

Alle commissies handelen onder verantwoordelijkheid van het bestuur, behalve de kascontrolecommissie.

 

Artikel 22

a.    Het bestuur kan commissies instellen ter behartiging van bijzondere belangen. Zij worden gevormd uit de leden en/of gezinsleden.

b.    De commissies houden op te bestaan zodra de aan haar opgedragen taak is volbracht, of haar opdracht door de Algemene Ledenvergadering wordt ingetrokken. Dit is niet van toepassing op de kascontrolecommissie.

c.    Aan elke commissie wordt een bestuurslid toegevoegd met een adviserende stem. Omtrent de wijze van werken treedt zij in overleg met het bestuur.

 

Kascontrolecommissie

 

Artikel 23

De kascontrolecommissie bestaat uit een eerste en tweede kascontrolelid, aangevuld met een plaatsvervangend kascontrolelid. De leden van de kascontrolecommissie worden voor een periode van twee jaar benoemd en zijn aansluitend eenmaal herkiesbaar voor een periode van twee jaar. Op de Algemene Ledenvergadering treedt het eerste kascontrolelid af, waarbij het tweede en het plaatsvervangend lid opschuift. In de vacature van het plaatsvervangend kascontrolelid dient de Algemene Ledenvergadering te voorzien.

Artikel 24

De kascontrolecommissie is belast met de materiële, formele en economische controle van het financiële beheer door het bestuur, de penningmeester en van de commissies waaraan financiële administratie is opgedragen.

 

Tuincommissie

 

Artikel 25

Van de tuincommissie treden voorzitter en secretaris nimmer tegelijk af. Van de overige tuincommissieleden treedt om toerbeurt de grootste minderheid en de kleinste meerderheid af. In tussentijds ontstane vacatures wordt in de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering voorzien.

 

 

Artikel 26

Het lidmaatschap van de tuincommissie houdt op tengevolge van het bepaalde in artikel 6 lid 1 en artikel 7 lid 1, 2, 3, en 4 van de Statuten.

Artikel 27

De tuincommissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer twee tuincommissieleden dit wensen. Bij het in gebreke blijven van de voorzitter treedt het bestuur in diens plaats.

Artikel 28

De samenstelling, taken en werkwijze van de tuincommissie worden nader bij verordening geregeld.

Artikel 29

De verordening wordt vastgesteld door het bestuur onder mededeling aan de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 30

Alvorens tot uitvoering van zaken wordt overgegaan dient machtiging te zijn verkregen van het bestuur.

 

Bouwcommissie

 

Artikel 31

Van de bouwcommissie treden voorzitter en secretaris nimmer tegelijk af. Van de overige bouwcommissieleden treedt om toerbeurt de grootste minderheid en de kleinste meerderheid af. In tussentijds ontstane vacatures wordt in de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering voorzien.

Artikel 32

Het lidmaatschap van de bouwcommissie houdt op tengevolge van het bepaalde in artikel 6 lid 1 en artikel 7 lid 1, 2, 3, en 4 van de Statuten.

Artikel 33

De bouwcommissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer twee bouwcommissieleden dit wensen. Bij het in gebreke blijven van de voorzitter treedt het bestuur in diens plaats.

Artikel 34

De samenstelling, taken en werkwijze van de bouwcommissie worden nader bij verordening geregeld.

Artikel 35

De verordening wordt vastgesteld door het bestuur onder mededeling aan de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 36

Alvorens tot uitvoering van zaken wordt overgegaan dient machtiging te zijn verkregen van het bestuur.

 

 

Inkoopcommissie

 

Artikel 37

Van de inkoopcommissie treden voorzitter en secretaris nimmer tegelijk af. Van de overige inkoopcommissieleden treedt om toerbeurt de grootste minderheid en de kleinste meerderheid af. In tussentijds ontstane vacatures wordt in de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering voorzien.

Artikel 38

Het lidmaatschap van de inkoopcommissie houdt op tengevolge van het bepaalde in artikel 6 lid 1 en artikel 7 lid 1, 2, 3, en 4 van de Statuten.

Artikel 39

De inkoopcommissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer twee inkoopcommissieleden dit wensen. Bij het in gebreke blijven van de voorzitter treedt het bestuur in diens plaats.

 

Artikel 40

De samenstelling, taken en werkwijze van de inkoopcommissie worden nader bij verordening geregeld.

Artikel 41

De verordening wordt vastgesteld door het bestuur onder mededeling aan de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 42

Alvorens tot uitvoering van zaken wordt overgegaan dient machtiging te zijn verkregen van het bestuur.

 

 

Kantinecommissie

 

Artikel 43

Van de kantinecommissie treden voorzitter en secretaris nimmer tegelijk af. Van de overige kantinecommissieleden treedt om toerbeurt de grootste minderheid en de kleinste meerderheid af. In tussentijds ontstane vacatures wordt in de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering voorzien.

Artikel 44

Het lidmaatschap van de kantinecommissie houdt op tengevolge van het bepaalde in artikel 6 lid 1 en artikel 7 lid 1, 2, 3, en 4 van de Statuten.

Artikel 45

De kantinecommissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer twee kantinecommissieleden dit wensen. Bij het in gebreke blijven van de voorzitter treedt het bestuur in diens plaats.

Artikel 46

De samenstelling, taken en werkwijze van de kantinecommissie worden nader bij verordening geregeld.

Artikel 47

De verordening wordt vastgesteld door het bestuur onder mededeling aan de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 48

Alvorens tot uitvoering van zaken wordt overgegaan dient machtiging te zijn verkregen van het bestuur.

 

 

Activiteitencommissie

 

Artikel 49

De activiteitencommissie zoals bedoeld in artikel 20 van het Huishoudelijk Reglement wordt gevormd uit leden van de vereniging en bestaat uit tenminste drie leden. Het aantal leden van de activiteitencommissie wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 50

De activiteitencommissie wordt voor twee jaar benoemd. De voorzitter en de secretaris treden nimmer tegelijk af. Van de overige leden treedt om toerbeurt de grootste minderheid en de kleinste meerderheid af. De aftredende is terstond herkiesbaar. In tussentijds ontstane vacatures wordt in de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering voorzien.

Artikel 51

Het lidmaatschap van de activiteitencommissie houdt op tengevolge van het bepaalde in artikel 6 lid 1 en artikel 7 lid 1, 2, 3, en 4 van de Statuten.

Artikel 52

De samenstelling, taken en werkwijze van de activiteitencommissie worden nader bij verordening geregeld.

Artikel 53

De verordening wordt vastgesteld door het bestuur onder mededeling aan de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 54

Alvorens tot uitvoering van zaken wordt overgegaan dient machtiging te zijn verkregen van het bestuur.

 

 

Ad hoc commissie

 

Artikel 55

Het bestuur stelt nadere regels voor in te stellen commissies ad hoc die niet in strijd mogen zijn met hetgeen bepaald is in de Statuten. De te stellen regels dienen zoveel mogelijk overeen te komen met hetgeen in het Huishoudelijk Reglement is geregeld ten aanzien van bestaande commissies.

Artikel 56

Van een in te stellen commissie ad hoc wordt mededeling gedaan aan de Algemene Ledenvergadering.

 

 

 

Hoofdstuk 6

Van de leden als huurder van een tuin

 

 

Artikel 57

a.    Het complex is gedurende het gehele jaar geopend, het verblijf op de tuinen gedurende de nacht is niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning van het bestuur is verkregen.

b.    Het bestuur is bevoegd geen nachtverblijf toe te staan indien het van mening is dat de gelegenheid daartoe ongeschikt is of indien er andere omstandigheden zijn die een verbod rechtvaardigen.

c.    Van 1 oktober tot en met 31 maart is overnachten op het complex niet toegestaan.

Artikel 58

Ieder lid heeft de vrije beschikking over de aan hem of haar toegewezen tuin, doch is verplicht deze in zijn geheel van de aanvang af in goede staat te brengen en geregeld te houden. Een commissie belast met toezicht, zal in gevallen van verwaarlozing het betreffende lid hiervan aanzegging doen. Bij niet naleving hiervan zal de genoemde commissie het bestuur in kennis stellen van de door haar geconstateerde verwaarlozingen. Het bestuur treft zonder uitzondering de maatregelen zoals in de Huishoudelijk Reglement omschreven.

Artikel 59

Voor het onderhoud van de tuinen gelden de volgende regels.

a.    Het onderhoud en schoonhouden van het halve pad en de halve sloot grenzend aan de tuin zullen door het lid geschieden.

b.    Het lid zal bomen, heesters e.d. zodanig plaatsen dat schaduwoverlast voor de naast gelegen tuinen tot een minimum wordt beperkt. Ingeval van onenigheid tussen buren inzake de minimum schaduwoverlast, zal het bestuur dan wel de tuincommissie namens het bestuur een standpunt innemen dat door beide of meerdere partijen dient te worden opgevolgd.
Bomen en heesters die ooit boven de waterleiding werden geplant kunnen in toenemende mate de oorzaak zijn van ernstige schade aan het waterleidingnet. Deze beplanting dient te worden verwijderd. Indien de eigenaar de beplanting niet wil verwijderen en er ontstaat daarna schade aan het waterleidingnet dan is de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor alle reparatiekosten die zijn en nog zullen ontstaan aan het waterleidingnet ter plaatse inclusief het geleden waterverlies. Tevens dient de eigenaar een verklaring, opgesteld door of namens het bestuur, te ondertekenen. Deze verklaring beschrijft de situatie ter plaatse en vermeldt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor schade aan het waterleidingnet indien de eigenaar de betreffende beplanting niet wil of wil laten verwijderen. Bij beëindiging van het lidmaatschap van de vereniging dient de betreffende beplanting alsnog door of voor rekening van de eigenaar worden verwijderd.
Met ingang van 1 april 2003 is het niet meer toegestaan bomen, heesters e.d. te planten boven of direct in de buurt van de waterleiding. Een minimum afstand van 0,5 m tussen de beplanting en de waterleiding dient te worden aangehouden.
Met ingang van 1 april 2003 dient bij beplanting gekozen te worden voor bomen, heesters e.d. die niet hoger doorgroeien dan zeven meter vanaf de grond gemeten. Bestaande beplanting behoeft niet te worden verwijderd / gesnoeid. Zodra de eigenaar vertrekt, dienen bomen, heesters e.d. een maximale hoogte te hebben van zeven meter, tenzij de nieuwe eigenaar de bomen, heesters e.d. in de oorspronkelijke staat wil behouden.

c.    Het lid zal tuinafval en mest op de tuinen op een onopvallende wijze opslaan.

d.    De erfafscheiding vanuit het talud van de sloot tot in de tuin mag niet meer dan 5.40 meter lang zijn en niet hoger dan 1.80 meter. Het scherm mag van hout zijn; het mag ook van natuurlijke producten worden opgebouwd met uitzondering van rietmatten. Een betonnen scherm is niet toegestaan. Voor de tuinhuisjes 45, 46, 47 en 48 geldt de afstand van 5.40 meter vanaf het pad waaraan de huisjes staan. Voor de tuinhuisjes 1 en 2 geldt de afstand vanaf de groenstrook van het verenigingsgebouw.

Artikel 60

Het is de leden niet toegestaan verbrandingen op hun tuin of elders op het complex te doen c.q. laten plaatsvinden. Snoeihout kan gedurende het hele jaar naar de composthoop gebracht worden, rekening houdend met daarbij genoemde dagen, bijvoorbeeld dinsdagochtend en zaterdagochtend, tenzij door het bestuur andere dagen worden vastgesteld.

Artikel 61

a.    De leden hebben recht, tenzij het hen bij de verhuur van de tuin uitdrukkelijk is verboden, op hun tuin een tuinhuisje, broeikas en/of broeibakken te plaatsen.

b.    Alle opstallen op de tuin worden door de leden en de vereniging uitdrukkelijk beschouwd als roerende goederen in de zin van de wet.

c.    Het bouwen van tuinhuisjes en/of andere opstallen is alleen geoorloofd op de door het bestuur en de bouwcommissie aangewezen plaats op de tuin. Elke bouw zonder vergunning kan op kosten van de huurder van de tuin worden afgebroken en verwijderd.

d.    Het bestuur geeft, na advies van de bouwcommissie, vergunning voor de bouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van tuinhuis, kassen en dergelijke. Een vergunning is slechts geldig, indien zij schriftelijk is afgegeven en getekend door bestuur en bouwcommissie.

e.    Privaten mogen niet afzonderlijk worden geplaatst en mogen niet aan de tuinhuizen worden aangebouwd. Lozingen van privaten mogen niet direct op sloten of greppels zijn aangesloten.

f.     Het is verboden om zelfstandig aansluitingen te verrichten of aftakkingen te maken aan het waterleidingnet. Het aansluiten van een huisleiding na de afsluitkraan kan geschieden door of op kosten van de aangeslotene.

Artikel 62

Toezicht op naleving en uitvoering van de regels gesteld in de artikelen 59, 60 en 61 van het Huishoudelijk Reglement is door het bestuur gedelegeerd aan de tuincommissie en de bouwcommissie. Beide commissies zullen bij verordening nadere regels stellen voor de voorwaarden van uitvoering.

Artikel 63

a.    Het is niet toegestaan zonder diens toestemming de tuin van een ander te betreden of op enigerlei wijze daarop iets te ondernemen.

b.    Bestuursleden en de daarvoor aangewezen functionarissen hebben te allen tijde toegang tot de tuinen voor de uitoefening van de hun reglementair opgedragen taken.

Artikel 64

De leden zijn gehouden zorgvuldigheid te betrachten met de goederen van de vereniging. Van de vereniging geleende vervoersmiddelen, werktuigen en dergelijke dienen zo spoedig mogelijk na gebruik te worden teruggebracht. De vervoersmiddelen en de werktuigen mogen zonder toestemming van het bestuur het tuincomplex niet verlaten.

Artikel 65

a.    Elk lid is verplicht aan het algemene werk op het complex mee te werken en de aanwijzingen van het bestuur of diens vertegenwoordiger onvoorwaardelijk op te volgen. Het aantal verplichte werkbeurten is vastgesteld op minimaal tien per jaar. 

b.    Ieder lid dat zich hieraan onttrekt zonder opgaaf van gegronde reden, dient de verzuimde werkbeurten alsnog in te halen, hetzij tijdens een aparte oproep, hetzij een volgend tuinseizoen. Bij tussentijdse opzegging van het lidmaatschap zullen de verzuimde werkbeurten als boete in rekening worden gebracht en op de verkoopprijs van het tuinhuis in mindering worden gebracht. Voor de hoogte van de boete wordt verwezen naar artikel 65d.

c.    Het bestuur kan, wanneer een lid zich bij herhaling onttrekt om gemeenschappelijk werk te verrichten, op hem/haar artikel 7 lid 4 van de Statuten toe te passen.

d.    De hoogte van de boete is door de Algemene Ledenvergadering vastgesteld op € 45,- per verzuimde werkbeurt, met dien verstande dat dit bedrag onderhevig is aan inflatiecorrectie en indien noodzakelijk ieder jaar door de penningmeester met deze correctie zal worden bijgesteld.

Artikel 66

a.    Ereleden die een tuin als bedoeld in artikel 5 lid 1 van de Statuten in huur hebben, zijn vrijgesteld van de gemeenschappelijk uit te voeren werkzaamheden.

b.    Bestuursleden welke langer dan vijf aaneengesloten jaren als bestuurder hebben gefunctioneerd hebben recht op vrijstelling van gemeenschappelijk werkzaamheden. Voor elk veelvoud van drie volle bestuursjaren zal een jaar vrijstelling worden toegekend met een maximale vrijstelling van vier jaar.

Artikel 67

a.    De leden zijn gehouden de tuin uitsluitend aan te wenden als vorm van vrijetijdsbesteding. Het is de leden uitdrukkelijk verboden producten van de tuin te verkopen, de tuin te betrekken in enige vorm van beroep en/of bedrijf dan wel enige opstal te verhuren of beschikbaar te stellen.

b.    Het bewerken van de eigen tuin is uitdrukkelijk opgedragen aan het lid dat de tuin in huur heeft. Bij ontstentenis en voor zwaar werk kan men deze arbeid door anderen laten verrichten.

Artikel 68

Bij beëindiging van het lidmaatschap wordt de waarde van de opstallen en de tuin geschat door de taxatiecommissies van de vereniging. De eigenaar van de opstallen heeft het recht van beroep bij het bestuur van de vereniging. In geval van beroep is de uitspraak van het bestuur bindend, ook indien de waarde lager wordt vastgesteld.

Artikel 69

Neemt een vertrekkend lid of diens wettelijke vertegenwoordiger geen genoegen met de vastgestelde taxatieprijs, ook niet na een eventueel beroep, dan krijgt hij gedurende twee maanden de tijd de opstallen van de tuin te doen verwijderen, zonder daarbij schade aan grond of aan de vereniging toe te brengen.

Artikel 70

Evenbedoelde roerende en onroerende goederen als bedoeld in artikel 67 van het Huishoudelijk Reglement die na vastgestelde datum van aanzegging niet van de tuin zijn verwijderd vervallen aan de vereniging.

 

 

Hoofdstuk 7

Van de vergaderingen

 

 

Artikel 71

De leden hebben het recht onderwerpen en voorstellen aan de agenda toe te voegen, waartoe het schriftelijk verzoek, voorzien van de benodigde toelichting tenminste vier dagen voor de vergadering bij de eerste secretaris moet zijn ingediend.

Artikel 72

Ieder lid dat de vergadering bezoekt tekent de presentielijst.

Artikel 73

a.    In de vergadering voert geen lid het woord dan nadat hem door de voorzitter toestemming is verleend.

b.    Indien aan een lid het woord is verleend, is hij gehouden zich aan het onderwerp van de beraadslaging te houden.

c.    Wijkt hij daarvan af, dan zal de voorzitter hem tot de orde roepen. Wijkt de spreker ten tweede male van het onderwerp af, dan kan de voorzitter hem het woord ontnemen.

d.    De voorzitter verleent aan niemand over eenzelfde onderwerp meer dan tweemaal het woord, tenzij de Algemene Ledenvergadering anders beslist.

e.    De voorzitter besluit de beraadslagingen, waarna zonodig tot stemming wordt overgegaan.

f.     Elke motie van orde betreffende het in behandeling zijnde voorstel of onderwerp moet, om onderwerp van beraadslaging te kunnen uitmaken, door tenminste vijf leden worden voorgesteld of ondersteund. Zij sluit elke bespreking in de vergadering en wordt terstond in behandeling genomen.

g.    Bij de behandeling van een motie van orde worden de leden alleen in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over de vraag of het al of niet wenselijk is, dat de motie van orde gesteld is, waarna tot stemming over de motie wordt overgegaan.

Artikel 74

Maakt een lid zich bij herhaling schuldig aan verstoring van de orde in de Algemene Ledenvergadering, dan kan de Algemene Ledenvergadering op voorstel van de voorzitter besluiten hem de verdere aanwezigheid in die vergadering te ontzeggen.

Artikel 75

a.    In de vergadering waar verkiezingen van een of meer personen aan de orde is, wijst de voorzitter drie leden, geen bestuursleden zijnde, tot leden van het stembureau.

b.    Zij onderzoeken of het aantal stembriefjes gelijk is aan het aantal der aanwezige leden volgens de presentielijst en de gegeven volmachten.

c.    Nadat de stemmen zijn opgenomen deelt een der leden van het stembureau de uitslag van de stemming mede aan de voorzitter.

d.    Na afloop van de stemming worden de stembriefjes terstond vernietigd.

Artikel 76

Stembriefjes van onwaarde zijn:

a.    Die meer namen vermelden dan het aantal personen dat moet worden gekozen.

b.    Die andere namen bevatten dan die van de kandida(a)t(en), waarvoor de stemming wordt gehouden.

c.    Die een aanduiding bevatten van de persoon door wie de stemming is uitgebracht.

d.    Die de kandidaat niet duidelijk aanwijzen (onleesbaar).

e.    Die blanco zijn uitgebracht.

f.     Die niet door het bestuur van een waarmerk zijn voorzien.

Het stembureau beslist over de geldigheid van een stembiljet, direct na de opening, desverkiezend de voorzitter gehoord hebbende.

Artikel 77

Het stemmen over zaken geschiedt door opstaan en zitten van de leden, of door hoofdelijke oproep, in welk laatste geval de voorzitter elk lid afzonderlijk verzoekt zijn stem uit te brengen. 

Artikel 78

Indien niet meer dan een kandidaat voor een functie is gesteld, wordt deze geacht bij acclamatie te zijn gekozen.

 

 

 

Hoofdstuk 8

Orde- en verbodsbepalingen

 

 

Artikel 79

Ter bevordering van de orde en veiligheid en reinheid op het tuincomplex dient een ieder, die zich op het complex bevindt, zich te onthouden van en is het een ieder verboden om:

a.    Te collecteren zonder toestemming van het bestuur. Plakkaten of drukwerk aan te brengen of te verspreiden zonder voorkennis van het bestuur. Propaganda te maken voor politieke, kerkelijke of andere instellingen. Andere dan de nationale, stedelijke of tuinverenigingsvlaggen uit te steken.

b.    De tuinhuisjes op de tuinen te verhuren aan, of te doen bewonen door derden, zonder toestemming van het bestuur. Het aanbrengen van veranderingen (uitwendig) in de bestaande toestand aan de opstallen op de tuin. Het aanbrengen van een douchegelegenheid in de tuinhuisjes.

c.    Op het complex levend vee, duiven, pluimvee of pelsdieren te houden of deze te slachten op het complex. Honden en katten dienen aangelijnd op het complex te lopen en het uitlaten van deze dieren moet buiten het complex geschieden of op de eigen tuin. Voor het geval de hond of kat zijn behoefte op het complex buiten de eigen tuin doet, dient de eigenaar of de begeleider onverwijld voor verwijdering daarvan zorg te dragen.

d.    Fietsen, bromfietsen of motorvoertuigen te plaatsen tegen hekken, heggen en op de paden van het complex. Het rijden met bromfietsen en motorvoertuigen met ingeschakelde motor op het complex is verboden. Fietsen is alleen toegestaan in de periode van 1 oktober tot en met 31 maart daaropvolgend, of met dispensatie van het bestuur.

e.    Het parkeerterrein mag alleen worden gebruikt voor personenwagens en per plaats mag een kruiwagen worden gestald. Op verzoek van het lid en met toestemming van het bestuur mag een leeg aanhangwagentje worden gestald. Voor gebruik van een stallingsplaats gelden dezelfde regels als voor een personenwagen. Het schoonmaken van auto’s en uitvoeren van reparaties aan auto’s op het parkeerterrein is niet toegestaan.

f.     Motorpompen en aggregaten mogen niet in werking zijn op werkdagen en zaterdagen van 20.00 uur ’s avonds tot 09.00 uur ’s ochtends. Op zon- en feestdagen is het geheel niet toegestaan motorpompen en aggregaten in werking te hebben. Op verzoek van een lid en met toestemming van het bestuur mag een aggregaat vanaf 1 oktober tot en met 28 februari op zondagen gebruikt worden. Feestdagen zoals Kerstmis en Nieuwjaarsdag blijven uitgesloten. Vanaf 1 maart tot en met 30 september blijft het gebruik van aggregaten en motorpompen op zondagen en feestdagen niet toegestaan. Noodgevallen zijn in op genoemde tijdstippen uitgezonderd.

g.    Het lid zal alle nodige maatregelen nemen tot het weren van ongedierte.

h.    Het lid zal huishoudelijk afval niet storten op de gezamenlijke composthoop, maar naar zijn eigen huisadres afvoeren.

i.      Het lid zal geen wasgoed zichtbaar vanaf de paden ophangen.

j.     Het lid zal zijn tuin niet gebruiken als opslagplaats voor materialen en dergelijke.

k.    Het lid zal geen materialen en dergelijke op gemeenschappelijke paden plaatsen zonder uitdrukkelijke toestemming van het bestuur.

l.      Het lid zal geen planken in of over de sloten aanbrengen met als doel een vaste oeververbinding tot stand te brengen.

m.  Het lid zal geen boten, surfplanken en dergelijke in de sloten meren of daarmee in de sloten varen, tenzij de boot gebruikt wordt voor het schoonmaken of schoonhouden van de sloten.

n.    Het is niet toegestaan dat mechanische muziek en of live muziek buiten de eigen tuin hoorbaar is.

Artikel 80

Het lid zal zorgdragen, dat noch door zijn of haar huisgenoten, noch door eventuele gasten overlast aan andere leden en op het complex verblijvende gasten wordt aangedaan.

 

 

 

Hoofdstuk 9

Strafmaatregelen en Beroep

 

 

Schorsing

 

Artikel 81

Elk lid genoemd in artikel 4 lid 1 tot en met 6 van de Statuten, dat zich schuldig maakt aan wangedragingen, de goede naam van de vereniging opzettelijk schaadt of in ernstige mate tekortschiet in zijn verplichtingen ten opzichte van de vereniging kan door het bestuur of op een door tenminste vijf leden ingediend voorstel, in staat van beschuldiging worden gesteld. Wanneer het bestuur daartoe termen aanwezig acht, wordt aangeklaagde als lid geschorst.

Verhoor aangeklaagde

 

Artikel 82

Het bestuur belegt binnen drie weken na vaststelling c.q. ontvangst van de klacht een bestuursvergadering, waar aangeklaagde gelegenheid krijgt zich mondeling te verdedigen. Bij diens verhindering of afwezigheid van aangeklaagde wordt binnen tien dagen een nieuwe bestuursvergadering belegd, waarin aangeklaagde na bij aangetekend schrijven daartoe aanzegging te hebben gekregen, andermaal gelegenheid krijgt zich mondeling te verdedigen.

In deze bestuursvergadering doet het bestuur uitspraak, ongeacht of beklaagde aanwezig is of niet.

De in dit artikel neergelegde procedure is niet van toepassing op hen, die tekort zijn geschoten in hun financiële verplichtingen.

 

 

Toepassing strafmaatregelen, royement

 

Artikel 83

Na toepassing van artikel 7 van de Statuten kan het bestuur op grond van feiten, zoals die zich hebben voorgedaan en na verhoor van aangeklaagde, alsmede eventuele getuigen te hebben gehoord, tot de volgende maatregelen besluiten:

a.    De staat van beschuldiging en eventueel de schorsing op te heffen zonder verder gevolg;

b.    De schorsing tot het instellen van een nader onderzoek te verlengen;

c.    Aangeklaagde een berisping toe te dienen en vervolgens te handelen als onder a is vermeld;

d.    Aangeklaagde bij wijze van strafmaatregel onder het oog te brengen dat het belang van de vereniging of dat van hem zelf vereist, dat aangeklaagde met onmiddellijke inwerkingtreding als lid bedankt;

e.    Aangeklaagde te ontzetten uit het lidmaatschap van de vereniging, hetgeen onder meer geschiedt als hij/zij weigert te voldoen aan een opgelegde maatregel sub d. Het bestuur is gerechtigd op grond van het constateren van het enkele feit van niet nakoming van de verplichting inzake de financiële verplichtingen, na een tot tweemaal toe herhaalde waarschuwing, de nalatige te royeren;

f.     Een door het bestuur opgelegde maatregel is onmiddellijk van kracht.

 

 

Beroep

 

Artikel 84

a.    Voor hen, die menen dat ten onrechte een strafmaatregel is toegepast, danwel een te zware straf is opgelegd, staat binnen een termijn van een maand na ontvangst van het besluit van het bestuur beroep open op de Algemene Ledenvergadering. Dit beroep moet per aangetekend schrijven aan het secretariaat van de vereniging worden gedaan. De Algemene Ledenvergadering benoemt daartoe uit haar midden een ad hoc commissie van vijf leden. De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter en een secretaris. Bestuursleden mogen geen deel uitmaken van deze commissie. De commissieleden mogen geen bloed- en aanverwantschap, tot en met de tweede graad ingesloten hebben tot degene die het beroep heeft ingesteld.

b.    De commissie doet binnen drie maanden na de datum waarop zij door de Algemene Ledenvergadering werd benoemd, overeenkomstig haar bevindingen, voorstellen aan de Algemene Ledenvergadering die overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 lid 4 van de Statuten een besluit neemt.

 

 

 

Hoofdstuk 10

Reglementswijziging

 

 

Artikel 85

Geen veranderingen in dit reglement zullen van kracht zijn, dan die, welke door tenminste 2/3 van het aantal op de Algemene Ledenvergadering aanwezige leden zijn goedgekeurd.

 

Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 21 maart 2003.

 

 

 

 

De secretaris                                                          De voorzitter

W.A. Aarnoutse                                                      J.J.M. Steeghs


 

 

 

Hoofdstuk 11

Verordening aan- en verkoop tuinhuis

 

Aan- en verkoopprocedure van tuinhuisjes op het complex Vlijpark van Amateur Tuindersvereniging Dordrecht

 

1.    De aan- en verkoop geschiedt onder verantwoordelijkheid van het bestuur, dat uit haar midden of uit de vrijwilligers, een coördinator daarvoor aanstelt. De taxatie wordt beperkt tot het tuinhuis met daarin een aanrechtblok, de eventueel aanwezige w.c., gereedschapskist, kweekkas / kweekbak en de tuinaanleg.
De rest van de aanwezige goederen zoals kooktoestel, geiser, kachel, lampen, tuingereedschappen, zonnepaneel met accu’s en dergelijke worden niet in de taxatie betrokken. De niet in de taxatie betrokken goederen zijn geen belemmering inzake de verkoop van het tuinhuisje.
Over de niet getaxeerde goederen moet tussen de koper en verkoper apart worden onderhandeld. Met deze transactie heeft het bestuur geen bemoeienis.

2.    De verkoopprocedure wordt pas gestart nadat het vertrekkende lid schriftelijk heeft bedankt voor het lidmaatschap van de Amateur Tuindersvereniging Dordrecht.

3.    Door de coördinator worden nu de taxatiecommissies van de bouw- en tuincommissie gevraagd een taxatie te maken van de opstallen, de tuinbeplanting en dergelijke. De beide taxatiecommissies bestaan uit tenminste drie leden die elk afzonderlijk een taxatie maken en dit bij de coördinator inleveren. De taxatie moet door minimaal drie leden van elke commissie worden gemaakt. Verwijzend naar Hoofdstuk 6, artikel 58 wordt bij de taxatie door de commissie behalve de verkoopprijs, eveneens vastgesteld of de tuin dusdanig werd onderhouden dat hij in de verkoop kan worden aangeboden. Mocht de tuin zodanig verwaarloosd zijn dat een opknapbeurt noodzakelijk is alvorens tot verkoop kan worden overgegaan, dan wordt door de commissie de aard van de verwaarlozing aangegeven als: licht, matig, sterk of extreem verwaarloosd. In dat geval dient de eigenaar of erfgenamen de tuin eerst op te knappen alvorens tot taxatie en verkoop kan worden overgegaan. Mocht de eigenaar of erfgenamen daartoe geen mogelijkheden hebben, dan zal deze opknapbeurt door de Amateur Tuindersvereniging Dordrecht worden overgenomen voor rekening van de eigenaar / erfgenamen. De kosten van de opknapbeurt zijn onderhevig aan de inflatiecorrectie en zijn afhankelijk van de verwaarlozing: € 125,-; € 250,-; € 375,-; € 500,-.

4.    De coördinator maakt nu de totale taxatieprijs op door het gemiddelde te nemen van alle uitgebrachte taxaties. Het vertrekkende lid of diens wettelijke vertegenwoordiger ontvangt nu een opgave van de maximale vraagprijs en moet deze voor akkoord getekend retour zenden aan de coördinator. Bij het niet accepteren van de gestelde maximale vraagprijs door het vertrekkende lid treedt artikel 69 van het Huishoudelijk Reglement in werking.

5.    Indien een vertrekkend lid de vastgestelde maximum vraagprijs te laag vindt, kan hij gebruik maken van artikel 68 van het Huishoudelijk Reglement. Het bestuur zal dan na beide taxatiecommissies gehoord hebbende een definitieve maximum vraagprijs vaststellen. Het bestuur heeft een marge van 10% van de taxatieprijs met een maximale verhoging van € 250,- (taxatiewaarde € 2.500,-) van de eerder vastgestelde verkoopprijs, inclusief de tuin.
Indien de taxatieprijs hoger ligt dan € 2.500,- (exclusief de waarde van de tuin), en het vertrekkende lid of diens wettelijke vertegenwoordiger de maximum vastgestelde vraagprijs te laag vindt, heeft hij de mogelijkheid voor eigen rekening door een erkend taxateur de waarde van de opstallen te laten bepalen (exclusief de tuin). De door de taxateur vastgestelde taxatiewaarde is echter nimmer maatgevend voor de maximum vast te stellen vraagprijs, doch is slechts bedoeld als leidraad bij een eventuele tweede bespreking -recht van beroep- met het bestuur van de vereniging. Het taxatierapport dient bij deze tweede bespreking te worden getoond.
Het bestuur heeft altijd de mogelijkheid opnieuw met de taxatiecommissie te overleggen. Maximaal acht werkdagen na deze tweede bespreking wordt door het bestuur schriftelijk de maximum vastgestelde vraagprijs aan de eigenaar of dienst wettelijke vertegenwoordiger meegedeeld. Een volgend beroep is niet mogelijk. Aansluitend treedt onveranderd artikel 69 in werking.


 

6.    Na acceptatie van de taxatieprijs door het vertrekkende lid wordt via de mededelingenkast of de nieuwsbrief aan de leden te kennen gegeven welk tuinhuis te koop komt en tegen welke taxatieprijs. Tuinleden hebben twee weken de tijd hierop te reageren en hebben, indien zij het tuinhuis willen kopen, voorrang op aspirant-leden.
Zijn er meerdere tuinleden geïnteresseerd in de aankoop van het vrijgekomen tuinhuis, dan heeft het lid dat het langst lid is van de Amateur Tuindersvereniging Dordrecht, de eerste keus.
Een tuinlid mag geen tweede huis kopen, tenzij zijn eigen bezit gelijktijdig ter verkoop wordt aangeboden. (interne verhuizing).
Inwonende kinderen hebben geen voorrang bij de aankoop van een vrijkomend tuinhuis. Zij dienen eveneens op de wachtlijst (aspirant-leden) te zijn genoteerd en worden te zijner tijd op volgorde van inschrijfdatum door de coördinator benaderd indien een tuinhuis ter beschikking komt. Een uitzondering hierop wordt gemaakt indien ouders / grootouders de tuin gaan verlaten door opzegging van het lidmaatschap en het tuinhuis 'in de familie' willen houden. In dat geval mogen kinderen / kleinkinderen het tuinhuis van hun ouders / grootouders overnemen. Overigens gelden hier ongewijzigd de bepalingen van de voordracht / ballotage en de 2% regeling van de taxatieprijs.
Indien tuinleden na verloop van een periode van twee weken niet hebben gereageerd, wordt door de coördinator een aspirant-lid benaderd, die met de verkoper (vertrekkend lid) in onderhandeling gaat. Indien gewenst kan de coördinator als bemiddelaar worden gevraagd. Bij akkoordbevinding van de gestelde vraagprijs kan de verkoop verder worden afgehandeld door het bestuur. Bij een overeenkomst met een lagere verkoopprijs dan de vraagprijs krijgt de verkoper eerst een nieuwe opgave van de overeengekomen vraagprijs te ondertekenen. Deze moet weer teruggestuurd worden aan het bestuur, waarna de verkoop kan worden afgehandeld.

7.    Als bemiddeling wordt door de vereniging zowel bij koper als verkoper 2% van de vastgestelde verkoopprijs voor kosten in rekening gebracht.

8.    Het nieuwe lid kan pas over de tuin en opstallen beschikken als hij is geballoteerd en de betaling is bijgeschreven op de rekening van de Amateur Tuindersvereniging Dordrecht. Het nieuwe lid dient een nieuw op te stellen huurovereenkomst van de tuin te ondertekenen.

9.    Het vertrekkende lid is verplicht alle goederen welke niet in de verkoop werden meegenomen van het tuincomplex te doen verwijderen.

10. De afrekening met het vertrekkende lid zal pas geschieden als aan alle gestelde afhandelings-voorwaarden is voldaan.

 

Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 21 maart 2003.

 

De secretaris                                                De voorzitter

W.A. Aarnoutse                                                      J.J.M. Steeghs


 

 

Hoofdstuk 12

Verordening van de tuincommissie

 

Samenstelling, werkwijze en taak van de tuincommissie

1.    Door het bestuur zijn een of twee leden uit het bestuur belast met de werkzaamheden van de tuincommissie, een van die leden treedt op als voorzitter van de tuincommissie.

2.    Lid van de commissie zijn leden van de Amateur Tuindersvereniging Dordrecht of hun huisgenoten, ook zij kunnen zitting nemen in de commissie.

3.    De commissieleden worden op voordracht van het bestuur door de Algemene Ledenvergadering benoemd. De zittingsperiode is gesteld op twee jaar, maar de aftredende leden kunnen direct herbenoemd worden.

4.    De commissieleden zijn belast met het direct leidinggeven aan de werkbeurten op de zaterdagochtenden of bij andere activiteiten betrekking hebbende op het tuinonderhoud en algemene onderhoud.

5.    De commissie draagt jaarlijks zorg voor een programma van onderhoudswerkzaamheden en stelt een concept begroting op voor hetgeen in het volgend tuinjaar nodig c.q. noodzakelijk moet gebeuren op het gebied van beplanting, aanschaf van gereedschappen en dergelijke.

6.    Zij stelt voorwaarden op over het tuinieren en voor beplantingen welke op de tuinen geteeld en verbouwd mogen worden.

7.    Uit de commissieleden worden drie leden benoemd die de taxatie van de waarde van tuinbeplanting en algemene tuinaanleg zullen bepalen, indien een lid van het complex vertrekt.

 

 

Ten behoeve van een goed leefklimaat op en rondom het tuincomplex “Vlijpark” zijn door de commissie de volgende algemene regels gesteld.

a.     Het aanplanten van populieren, wilgen en vlierstruiken is niet toegestaan.

b.     Planten dienen tenminste 25 cm van de scheidingslijn van de buren te zijn verwijderd. Voor struiken is de toegestane afstand tenminste 50 cm. Voor bomen, coniferen en dergelijke 150 cm vanaf de stam tot de scheidingslijn.

c.      Langs de paden dient tenminste 25 cm vanaf het pad een heg te worden geplaatst welke niet hoger mag zijn dan 80 cm. Planten, slootafval en snoeihout met een lengte van maximaal 150 cm kan gedurende het hele jaar op de composthoop gebracht worden.

d.     Onderhoud en schoonmaken van het slootgedeelte als bedoeld in artikel 79 van het Huishoudelijk Reglement is niet toegestaan in de maanden maart, april en mei.

 

 

Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 21 maart 2003.

 

 

De secretaris                                       De voorzitter

W.A. Aarnoutse                                             J.J.M. Steeghs


 

 

Hoofdstuk 13

Verordening van de bouwcommissie

 

Samenstelling, werkwijze en taak van de bouwcommissie

1.    Door het bestuur zijn een of twee leden uit het bestuur belast met de bouwcommissie, een van die leden treedt op als voorzitter van de bouwcommissie.

2.    Lid van de commissie zijn leden van de Amateur Tuindersvereniging Dordrecht of hun huisgenoten, ook zij kunnen zitting nemen in de commissie.

3.    De commissieleden worden op voordracht van het bestuur door de Algemene Ledenvergadering benoemd. De zittingsperiode is gesteld op twee jaar, maar de aftredende leden kunnen direct herbenoemd worden.

4.    De commissie zal worden ingezet bij alle activiteiten die betrekking hebben op bouwkundig terrein, zoals het onderhoud van de kantine, portocabine, waterputten en dergelijke.

5.    De commissie draagt jaarlijks zorg voor een programma van onderhoudswerkzaamheden en stelt een concept begroting op voor hetgeen in het volgend tuinjaar nodig c.q. noodzakelijk moet gebeuren op dat gebied.

6.    Zij stelt voorwaarden vast waaraan de leden van de Amateur Tuindersvereniging Dordrecht zich moeten houden als zij verbouwingen en dergelijke aan hun tuinhuis gaan of laten uitvoeren.

7.    Uit de commissieleden worden drie leden benoemd die de taxatie van de waarde van het tuinhuisje, broeikas en dergelijke zullen bepalen, indien een lid van het complex vertrekt.

8.    Bij waterlekkage op de tuin van een lid zal deze zelf de locatie van het lek moeten bepalen en de graafwerkzaamheden uitvoeren. De reparatie van de waterleiding zal echter geschieden door en onder verantwoordelijkheid van de bouwcommissie.

 

 

Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 21 maart 2003.

 

 

De secretaris                                                         De voorzitter

W.A. Aarnoutse                                                     J.J.M. Steeghs