|
ATV Dordrecht
![]() |
Aangezien het in de oorlogstijd verboden was met meer dan drie personen samen te scholen moest voor de vergadering een vergunning worden aangevraagd bij de gewestelijke politiepresident in Rotterdam. Op 1 juli 1944 werd de vergunning verleend door de waarnemend politiepresident en op 19 juli 1944 kwamen de eerste 41 leden bij elkaar in het Werkmansgebouw Grote Kerksbuurt. In de periode van 1944 tot 1946 groeide de vereniging naar circa 300 tuinen op verschillende locaties in Dordrecht. Tussen 1945 tot 1973 heeft de amateur tuindersvereniging een turbulente periode meegemaakt. Regelmatig moesten de tuinleden van het ene complex naar het andere verhuizen. In hoog tempo werden nieuwe woonwijken in de buitengewesten van Dordrecht aan de stad toegevoegd. In 1974 kreeg de amateur tuindersvereniging een blijvend volkstuinen-complex toegewezen aan de Middelweg (die later omgedoopt werd tot Nieuwe Noordpolderweg). De vereniging koos een naam voor het complex: het Vlijpark. Tussen 1974 en 2004 is het park uitgegroeid tot een heus park met mooie bomen en goed onderhouden plantsoenen. Dit alles dankzij de inzet van werkploegen en vrijwilligers van de tuin. Een genoegen om door te wandelen! |
| In 2004 is het jubileumboekje "60 jaar ATV
Dordrecht" door de vereniging uitgegeven. Klikt u hier om het boekje te bekijken. Als u het niet kunt lezen heeft u de Adobe reader nodig. Op 16 sept. 1976 verscheen een groot krantenartikel over de toen aanstaande opening van het Vlijpark. |
De geschiedenis van volkstuinen in Nederland In 1838 verhuurt in Franeker de "Maatschappij tot Nut van het Algemeen" voor het eerst volkstuinen. |
|
Met
het opkomen van de arbeidende klasse in de loop van de 19e eeuw
verschijnen
volkstuin complexen in de
Nederlandse steden. De ge-meenten
zijn de grond verhuurder.
Rond de Eerste Wereldoorlog richten de volkstuinders vanuit emancipatiestreven de eerste tuinverenigingen op. Reeds toen moesten volks-tuinders opkomen voor hun belangen omdat ook in die tijd al het risico groot was dat ze uitgeplaatst of wegbestemd zouden worden. In 1928 stichten volkstuin verenigingen het Algemeen Verbond van Volkstuinders verenigingen in Nederland (AVVN). |
![]() |
| Een
landelijke
organisatie was nodig om politieke besluitvormingsproces betreffende
volkstuinders te kunnen beïnvloeden. Tot circa 1945 bleven de meeste volkstuinen echte moestuinen. In de loop van de jaren vijftig verdween de economische functie van de volkstuin en kwam langzamerhand de siertuin op. |
Huidige situatie van volkstuinen in Nederland Volkstuinparken
liggen door het hele land, vooral in of aan de rand van steden. Volkstuinparken
worden ge-regeld door
stedelijke herstructurering bedreigd.
|
![]() |
De gedachte daarachter is dat
de grond meer opbrengt als daar
woningbouw of bedrijven-vestiging op plaats vindt.
Volkstuinders doen er dan ook alles aan om hun groene paradijs en de groene long te behouden. Ze maken duidelijk dat ze een voor mens en maatschappij waardevol groengebied beheren en nemen het initiatief om hun tuinpark een meerwaarde voor de stadsbewoners te geven. De volkstuinparken zijn vaak tussen zonsopgang en zons-ondergang openbaar toegankelijk. |
| Bezoekers
kunnen dan meegenieten van de verscheidenheid aan bloemen en
planten. Veel volkstuinverenigingen nodigen wijkbewoners actief uit om mee te delen in hun voorzieningen en activiteiten zoals een tuinmarkt en een plantenbeurs, voorbeeldtuinen, schooltuinen, een wandelroute, een natuurleerpad of zelfs een kinderboerderij. Door natuurlijk tuinieren dragen de volkstuinders er toe bij dat hun tuinen een oase vormen voor bedreigde dier- en plantensoorten. |